Pacifisme 2

society, emancipation, opinion, war

In een recente Groene podcast vertelde men dat de redactie veel kritiek krijgt: de Groene zouden pro-oorlog haviken zijn. Er ligt ook al een tijdje een artikel op stapel dat hierop in zou gaan, en ik denk dat het er eindelijk uit is en hierom gaat: De vredespijp is uitgerookt.

Enkele dingen die mij van het hart moeten.

Barry Greenstein is van origine Zuid-Afrikaan, en ik geloof zeker dat hij door zijn ervaringen Nederlanders iets kan vertellen over de afschuwelijkheid van oorlog. Maar helaas wordt ook hier weer elk conflict door de lens van het grote schaakspel bekeken, alsof de VS en Rusland, als grootste partijen in de machtsblokken, eindverantwoordelijke zijn, of zelfs organisatoren, van elk anders conflict tussen partijen in of naast die machtsblokken. Dat is natuurlijk niet juist. Die conflicten hebben, net zoals de mensen en volkeren daar, hun eigen geschiedenis en hun eigen redenen om elkaar de hersens in te slaan. Het is jammer, het is verschrikkelijk, en ik ga ook mee in de stelling dat andere partijen niet wars zijn van het geven van steun omwille van een eigen belang. Ik ga niet mee in het volkomen platslaan van die lokale conflicten, en het is jammer dat er niet is doorgevraagd naar de alternatieven: hadden de Zwarten in zijn voormalige thuisland dan geen strijd moeten voeren voor een einde aan Apartheid? Misschien dat zijn naturalisatie en ervaringen in Israël een stempel op zijn denken zetten, want dat conflict is met recht een stuk grijzer te noemen dan dat in Oekraïne. De klacht dat Zelensky ook alleen maar een totale overwinning nastreeft is een buitengewoon misplaatste gelijkstelling: er zit een enorm verschil in het volledig verwijderen van een agressor en het volledig bezetten van een buitenland.

Het kritisch-pacifistisch denken van Bram Grandia mist ook de kern: iedereen wil vrede. Dat is de misvatting van pacifisme: de gedachte dat oorlog permanent zou zijn. Het is een middel, een vreselijk middel, en soms het enige middel dat rest, om een groter goed te behalen: vrede onder de juiste voorwaarden. Want wat is vrede als je niet baas in eigen land bent? Als je als wingewest wordt ingelijfd en als semi-horige voor een oligarch mag werken? Wat als je je taal en cultuur niet mag uiten? Wat als, kortom, zo’n vrede erger is dan oorlog? Hadden de Geallieerden dan ook maar de handen in de lucht moeten gooien nadat het Derde Rijk West-Europa bezet had? Ik mis het kritisch doordenken hier volkomen.

Rudi Künzel hanteert ook direct weer het frame van de machtsblokken. Georgië en Moldavië, landen zonder significant leger, de oplossing die hij voorlegt, zijn al veel eerder half-bezet. Het totale gebrek aan doordenken wordt nu toch wel erg pijnlijk, en dan heb ik het nog niet over hoe volgens Künzel de machtsblokken wel even bepalen hoe de wereld er tussen Berlijn en Moskou uitziet. Kennelijk is niet alleen vooruitkijken moeilijk, maar ook achterom: deze gebieden hebben al eeuwen aan ervaring met het zijn van speelballen voor de grootmachten in Oost Europa. Daarnaar terug is niet iets wat mensen daar willen. “Oekraïne militair neutraal, dat bood Zelensky voor de oorlog ook aan. Dus waar gaat die oorlog eigenlijk over?” Nou meneer Künzel, sinds het begin van de oorlog is er oorlog. Zou dat een verschil kunnen zijn?

Wanneer komt die post-mortem van de Koude Oorlog, het pacifisme, nu eens? Helaas niet in dit artikel lijkt het. Misschien ligt dat aan de geïnterviewden, die alleen gevormd en bevroren zijn in een tijd waarin we inderdaad niet veel wisten (of wilden weten) van buiten het machtsblok (merk op dat het allemaal westerlingen zijn). Lilit Zeltsburg lijkt een van de weinige jongere westerlingen te zijn, maar komt helaas met een normatief voorstel: we zouden jongeren weer moeten vertellen wat westerlingen in de Koude Oorlog dachten dat pacifisme was. Dat is een herinnering ophalen aan onszelf, niet onderzoek naar onszelf. Dat het niet meer is hoe het geweest was, is geen argument om het as-is te willen terug brengen: misschien is niet alleen afstand reden voor het afdruipen van pacifisme als stroming, misschien is ook duidelijker dat bij emancipatie de capaciteit jezelf te verdedigen behoort. Misschien wordt ook over het hoofd gezien dat een groot verschil met de Koude Oorlog en de tijd daarvoor is dat de in de 20e eeuw opgetuigde supranationale samenwerkingsverbanden zoals de VN en de EU de kaarten een totaal andere structuur in in elk geval Europa hebben bewerkstelligt. Het is voor alle kleine landen alleszins een emancipatoir proces geweest, waarin we nauwer dan ooit samenwerken, niet meer onderhevig zijn aan de voormalige Rijken (Duitsland, Oostenrijk, Turkije) en ze elke generatie stuivertje wisselden, en de legers, voor zover we die onderhouden in Europa, geen enkele druk meer zetten op internationale relaties. Integendeel.

Wat nu Disneyland ten top is, is een oproep van Nederlandse intelligentsia tot onderhandeling van beide partijen. Dat gaat totaal voorbij aan wat er voor Oekrainers op het spel staat. Alleen in Disneyland kan het zo zijn dat je je daar in 2023 nog steeds geen voorstelling van kunt maken. Dat kunnen Oekraïners echter prima. Overigens staken ze die hand al meermaals uit, maar dat is het probleem van een pestkop: die gaat altijd weer een stukje verder. Onderhandelen is veel minder effectief dan zo nu en dan eens flink van je afbijten. Iedereen met een persoonlijke pestervaring kan dat trouwens ook weten.

“Speak softly and carry a big stick” lijkt mij nog steeds relevant: een samenleving in vrede is geen lange tijd beschoren zonder een stok achter de deur. Het is veel makkelijker vrede te verliezen dan deze te winnen. Pacifisme-de-historische-stroming is een attractie in Disneyland, die logisch neerkomt op een pro status quo, pro aggressor, pro-dader houding. Daar mag je hier gelukkig vrij in zijn, maar het lijkt mij niet makkelijk, omwille van je wens niet aan geweld mee te werken jezelf, of in het geval van Disneyland, Oost-Europeanen uit te leveren aan een tiran, een terrorist, misdadigers. Sommigen mensen staan erbij en kijken ernaar, wat overigens tegen de wet ook hier is. Het is ongemakkelijk actor te worden in zo’n conflict, dat snap ik heus. Maar het is geen wens tot vrede, pacifisme, om niet alleen zelf geen geweld te hanteren maar ook anderen, iedereen op te roepen dat niet te doen, voor een – volgens allen in het stuk – goede zaak: dat is lafheid. Alleen in Disneyland, waar we voorlopig nog doen alsof we de Amerikaanse bewakers niet zien aan de poorten, is die lafheid zonder consequentie. Voor mensen en volkeren buiten onze Unie, het Westen, kost die lafheid meer dan een strijd om zelfbeschikking, om te bestaan. Misschien kan dat eens bestudeerd worden: een verwend land dat door anderen van de Nazi’s bevrijd werd en door anderen veilig gehouden wordt zou eens goed kunnen nadenken over de prijs van pacifisme, een prijs die we voorlopig zelf niet betalen.


HP/De Tijd

tijdschrift, journalism

Met de kerstvakantie op zijn eind (helaas duurt hij voor mij wat langer ivm ziekte) heb ik de kerstnummers van de Groene en de HP/De Tijd eens kunnen afwerken. Ik ga mijn ergernis over de HP uitspreken. Het is een bundel columns, geen onderzoeksjournalistiek. Al beweren ze zelf van wel. Een aardig voorbeeld is dat beide bladen een groot artikel over de VVD hebben; waar de Groene een zorgvuldige en (voor een tijdschift) goed bebronde analyse tentoonspreid, moeten we het in de HP doet met plotse opmerkingen als ‘Rutte moet na zijn vertrek meteen minister van Staat worden’ zonder nadere uitleg of een context waaruit zulks logisch volgt. Dat is een column, geen journalistiek. En ook op de keuze van de onderwerpen laat het blad zich kennen, het gaat eigenlijk alleen over onderwerpen die iets te maken hebben met rechtse politiek, maar nauwelijks de werkelijke problemen zelf. Het stukje van Marcel Levi is elke aflevering een prettige uitzondering op dat patroon, al blijft ook dat een opinie.

Beide bladen (en alle andere) hebben natuurlijk hun publiek, en het is misschien geen verassing te constateren dat de Groene me beter bevalt. Altijd leuk: kijk naar de reclames in de bladen om te weten voor wie het geschreven is (in de HP viel op: slaapkamerspeeltjes voor 50+ers. In de Groene allerhande workshops, lezingen en summerschools, waar ongetwijfeld onder het genot van een flesje Pinot we nog eens van een expert horen wat we al weten.)

Beide bladen kunnen op kritiek rekenen, worden op fouten betrapt (in de Groene kaarten ze hun eigen fouten inzake amateurarcheologie aan) en zijn uiteraard feilbaar. Tot kan mij de algehele kwaliteit van de artikelen van de Groene bij stukken beter bekoren dan die van de HP. Het soms belerende toontje neem ik graag op de koop toe.


Photo storage

software, hosting, server

How does one share photos with loved ones without relying on Big Tech (i.e. sharing them on Facebook)? I have not yet cracked this nut, which is why I use Signal for the time being. Seeing as not everyone uses Signal, it’d be great if there was another option. Well, there are, and they require a machine to host stuff on, and since photo collections take up a lot of space, self-hosting does seem the best option, if it already wasn’t because of privacy.

A post on Hackernews presents a few leads, and I’ll characterize them to see how they stack up. Simplest seems to generate a static website from a somewhat organized directory of photos. This however still would require manual big-step maintenance, which I must confess is something I struggle with already; I have quite a backlog of photos to sort and tag. So, maybe I use a more complex tool, which then puts extra requirements on the hardware where I’m going to host all this. This is probably going to be one of the spare laptops I have lying about. I looked into hosting it on one of the spare phones I have lying about, and although Termux can easily allow it, I would need to use external storage (I have bad experiences with SD cards, as do we all I guess).

Long story short: here’s a terribly short list of options and considerations:

No clear winner. Home Gallery, PiGallery, Photoprism, Lychee, Photoview and LibrePhotos look good, but that’s not much of a shortlist. Nothing jumps out right now, and if I want to make it easy to share photos from a phone, auto-import outside of the app would need to be tested anyway.


Software engineering culture

software, engineering, culture

Thanks to a colleague for these links: Erik de Schutter’s Why Are Computational Neuroscience and Systems Biology So Separate?, which compares software engineering culture of two different areas of biology (neuroscience and systems biology), and I recognize quite a few things that could be impacted by a set of dev guidelines (data sharing is much more developed in system biology e.g.). Chapter 4 of the thesis of a student of a colleague also attempts to come up with such guidelines based on literature review.

‘Software development guidelines’ often come down to advice like ‘use a linter’, or even ‘use this linter’, separate data from code, structure your code, format code, and so on. All great, but maybe the scope should be enlarged a little: made more general, more social: what constitutes the sharing of a model (in the case of neuroscience)? How far do you go with providing instructions for reproduction? At some point, the HBP had very specific ideas about this, which unfortunately did not work out due to a community that couldn’t see the point. We should help everyone see that point, it’s very much a problem in this community! I’m unfortunately not in any position to require it of anyone, nor would I be the person to have brilliant ideas as to how to come up with more concrete guidelines supporting the deeper mission of sustainable and long-term model compatibility, I think the problem analysis is clear, has been made by others before, and should therefore be addressed!


Gender

gender, identity

Ik lees vandaag in De Groene (8 december 2022) over gender. De opmerking over dat een deel van de mensen behoefte heeft aan non-binariteit deed de volgende gedachte opborrelen.

Als je me vroeger gevraagd zou hebben hoe ik me voelde, zou ik zonder nadenken ‘man’ gezegd hebben. Ik ben als biologische man geboren, en ik heb daar ook altijd vrede mee gehad. Nu dat we het niet meer over geslacht hebben maar gender, is dat antwoord een beetje anders: ik heb me nooit ‘geïdentificeerd’ met ‘mannetjes’. Mannenhobbies, mannenpraat en mannenmeningen, daar heb ik me vooral vreemd en ongemakkelijk bij gevoeld. Van kinds af aan herinner ik me dat het me stoorde wanneer iemand, een volwassene, dacht dat ik wel in dat hokje zou zitten. Dus nee, kwa gender ben ik geloof ik geen ‘man’, en tegelijk lijkt het me ook een vergissing die term door een soort stereotype machismo te laten kapen. Misschien moeten we ‘man’ niet met ‘mannetje’ verwarren.

Misschien meer fundamenteel is dat ik al vroeg me niet in een vakje voelde passen, of daar een behoefte aan had. Ja, zo lust u er nog wel een paar: een kind en toen puber die denkt dat hij uniek is. Nouja, dan niet. In elk geval was mijn gebrek aan drang ergens bij te horen volgens mij behoorlijk meetbaar: ik hoorde nergens bij en er was ook geen groep die me aantrok. Volwassenen (en dus zelfstandigen, en bevrijd van puberale leeftijdsgenoten) misschien.

Voor mij was geslacht of gender geen bijzonder pijnpunt, maar ik kan zien hoe dat voor sommigen wel zo is. Toch vraag ik me af of het identificeren zelf niet een probleem is. Waarom is dat zo belangrijk? Is dat een aangeleerde behoefte? Is je identificeren als non-binair niet even benauwend als je identificeren als man of vrouw? Waarom doet het ertoe? Natuurlijk, ik snap dat in de discussie over het ontworstelen aan rolmodellen en voor het vinden van zichzelf voor individuele mensen dit een middel is dat te ontdekken, maar toch, waarom moet er een nieuw hokje gemaakt worden, als we ook zouden kunnen stoppen met denken in hokjes? Waarom is jezelf zijn niet genoeg, waarom moet je in een door anderen erkend en geaccepteerd vakje of rol zitten? Waarom is het nodig dat we elkaar en onszelf ‘identificeren’? Laat het maar lekker in de lucht zweven, ik vind het eigenlijk iets van en voor mezelf.

Identificatie gaat over wat je bent. Volgens mij kunnen we beter nadenken over wie we zijn. En dat is altijd individueel; iedereen is anders. Ik ben het ermee eens, mensen minderwaardig vinden en behandelen om wie ze zijn is verachtelijk, en dat moet met alles bestreden worden. Maar is blijven denken in termen van (zelf-)identificatie de oplossing? Is voorgoed afrekenen met wat anderen vinden niet een betere oplossing dan steeds weer opnieuw ruimte maken voor ‘nieuwe’ typen?

Of zie ik iets over het hoofd: ben ik niet expressief, en is het een fout te denken dat dat beter is/door iedereen te ambiëren zou moeten zijn? Zou ik expressiever moeten zijn? Soms denk ik dat weleens, omdat ik merk dat ik me soms iets te goed als ‘mannetje’ gecamoufleerd ben. Ik denk hier nog eens over na, wie weet wordt vervolgd.